[Interview] Cees Faes (Fightclub): elke marketeer van een challenger brand heeft iets te winnen
In de aanloop naar de publicatie van de Reclamebureau100 2024 op het M100 Event op 7 december in Club ACE in Amsterdam, publiceren wij een serie interviews met genomineerden die deelnemen aan het event. Cees Faes is CEO van Fightclub. Wij spreken hem.
Een klant belt. Wat wil deze?
Winnen, short and simple. Marktaandeel, awards, the war on talent, maakt niet uit, maar elke marketeer van een challenger brand heeft iets te winnen. Daar begint de filosofie van Fightclub; wij zorgen ervoor dat onze klanten winnen, met strategie, met creativiteit, met performance-marketing, desnoods met vals spelen, maar daar draait alles om. We’re in it to win it.
Onderschatten marketeers de meerwaarde die goede branding genereert op de lange termijn?
Absoluut. Dat heeft alles met meetbaarheid te maken. In de traditionele touch-tell-sell cycles zien de laatste twee het best meetbaar. Dus zijn veel (met name onzekere) marketeers daar op gefocust. Maar zonder touch geen duurzaam onderscheidend vermogen, geen hogere marge dan je concurrent, geen sterke loyaliteit. Een beetje het verschil tussen Coolblue en Mediamarkt zeg maar.
Is werken met retailklanten het leukste dat er is?
Niet retailklanten per se. Challenger brands, merken met meer ambitie dan middelen; die zijn het leukst. Daar speelt slimheid en creativiteit een grotere rol dan mediadruk. Daar zijn we eigenlijk ook het best in.
Hoe dol zijn jullie op pitches?
Heel dol. Wat verwacht je van een bureau dat zichzelf Fightclub genoemd heeft? :-)
Hoe verkoop je een idee?
Dat is eerlijk gezegd een super relevante vraag. Het is duizend keer makkelijker om een auto te verkopen dan een idee, een visie. Een goede creatief en een goede strateeg moeten in staat zijn om zijn/haar visie ook nog eens overtuigend over te brengen, anders is alles voor niets geweest. Net zoals een drie-sterren-chef veel aandacht besteedt aan de presentatie van gerechten. Veel klanten hebben moeite om door ideeën heen te kijken dus je moet haar daar soms bij helpen. Binnen Fightclub besteden we daar heel veel aandacht aan.
Stappen adverteerders te gemakkelijk over naar andere bureaus?
Helemaal niet. We hebben laatst berekend dat de gemiddelde klant 6,8 jaar bij Fightclub blijft. Dat maakt het voor ons ook mogelijk om iets meer tijd en geld te investeren in bepaalde projecten voor hen.
Lees alles over het M100 Event hier
M100 wordt gesponsord door
Volg Marketing Report op LinkedIn
Volg Marketing Report op Instagram
Volg Marketing Report op Facebook
Abonneer je op onze gratis dagelijkse nieuwsbrief
Registreer jouw bureau gratis in de Marketing Report reclamebureau database The List
Lees ook:
[Vacatures] Fightclub zoekt een Digital Marketing Consultant
[Vacatures] Fightclub zoekt een Digital Marketing Consultant (freelance)
Marketing Report feliciteert 6 partners met behalen finale Gouden Loeki
Finalisten Ster Gouden Loeki 2025 bekend
[Vacatures] Fightclub zoekt een Medior Creative Team
Cees Faes: Niemand van ons had het merk ‘Bad Bunny’ bedacht
[Vacatures] Fightclub zoekt een Data & Tracking Specialist
[Vacatures] Fightclub zoekt een SEO Specialist
[Vacatures] Fightclub zoekt een Senior SEA Specialist
[Vacatures] Fightclub zoekt een Medior Developer
Genomineerden Gouden Loeki goede doelen zijn bekend
Cees Faes: Creatief directeur of recreatief directeur?
[Vacatures] Fightclub zoekt een Performance Strategist Breda
[Vacatures] Fightclub zoekt een SEA Specialist
[Vacatures] Fightclub zoekt een Social Advertising Specialist
Volg Marketing Report op LinkedIn
Volg Marketing Report op Instagram
Volg Marketing Report op Facebook
Abonneer je op onze gratis dagelijkse nieuwsbrief
Registreer jouw bureau gratis in de Marketing Report reclamebureau database The List
Lees ook:
TD werkt met Stiho aan positionering rond 100-jarig jubileum
Ete Davies Global COO LePub
Allianz Direct zet influencerstunt in bij awardshow
Andy Mosmans: Sterke merken belanden niet in een race to the bottom
Ubbo Maagdenberg: Wij bouwen het platform van de toekomst
Dit artikel is gepubliceerd door: Bas Vlugt