Alternatieve media zijn geen randverschijnsel meer. YouTube-kanalen, podcasts, zelfstandige nieuwsplatforms en individuele makers hebben een vaste plaats veroverd in het Nederlandse medialandschap. Dat stellen de opstellers van Buiten de Bubbel, een journalistiek onderzoeksproject van Spreekbuis.nl, opgezet door Puck van Westerloo, Ton Verlind en Richard Otto.
Voor het onderzoek sprak Spreekbuis met makers van uiteenlopende alternatieve nieuwsplatforms, podcasts, YouTube-kanalen en andere journalistieke initiatieven. Uit de gesprekken blijkt dat steeds meer makers rechtstreeks een eigen publiek bereiken, communities opbouwen en inkomsten genereren via donaties, abonnementen, sponsoring en crowdfunding.
Titels
Het onderzoek heeft de volgende titels beschouwd in zijn onderzoek: Vrije Vogels (Sven van der Meulen), Roddelpraat (Jan Roos), Wynia’s Week (Syp Wynia), Reporters Online (Chris Aalbers), Geen Stijl (Frank Tieskens), OpinieZ (Maaike van Charante), Potkaars (Rico Brouwer), Mocro Inside (Nordin Ghouddani), Brussen & Veelo (Bert Brussen), Dwarsnieuws (Marianne Zwagerman), Briegje van Jan (Jan Dijkgraaf), Nijmans Nieuwsbriefje (Bart Nijman). De makers stellen expliciet dat de analyse gebaseerd is op kwalitatieve interviews en bureauonderzoek en geen representatieve steekproef zijn van onafhankelijke media. Het rapport stelt patronen, spanningen en vragen zichtbaar te maken die nader kwantitatief en kwalitatief onderzoek verdienen.
Invloed
De onderzoekers stellen dat de invloed van newsfluencers toeneemt. Grote online kanalen bereiken inmiddels honderdduizenden en soms miljoenen Nederlanders. Daarmee verschuift een deel van de macht in het medialandschap van traditionele omroepen, kranten en uitgevers naar individuele makers en hun zelfstandige platforms.
Het publiek volgt bovendien steeds vaker personen in plaats van alleen mediamerken. Vertrouwen ontstaat door herkenbaarheid, direct contact en langdurige betrokkenheid. Tegelijkertijd vervagen de grenzen tussen journalistiek, opinie, activisme en entertainment.
Geen eenduidige groep
Een belangrijke conclusie van het onderzoek is dat alternatieve media niet over één kam kunnen worden geschoren. De verschillen in journalistieke werkwijze, politieke kleur, financiering, toon en professionaliteit zijn groot.
Veel geïnterviewde makers voelen zich onvoldoende gezien of serieus genomen door gevestigde media. Zij stellen dat zij onderwerpen en maatschappelijke gesprekken oppakken die in de reguliere journalistiek te weinig aan bod komen. Tegelijkertijd werken veel makers niet altijd volgens dezelfde afgebakende journalistieke normen als traditionele media. Volgens de initiatiefnemers is daarom meer nieuwsgierigheid en minder snelle etikettering nodig. Niet de verzamelnaam alternatieve media, maar de werkwijze van iedere afzonderlijke maker of organisatie moet centraal staan.
Het rapport concludeert dat online makers vaak voorop lopen met livestreams, andere distributievormen, AI en directe publieksinteractie. Na publicatie begint hun werk vaak pas: zij reageren op volgers, maken aanvullende video’s en houden hun publiek voortdurend op de hoogte.
Adverteerders
Adverteerders en mediabureaus spelen volgens het rapport een onderschatte rol. Brand safety is begrijpelijk, maar kan – zo stellen de onderzoekers - leiden tot inhoudelijke verschraling wanneer elk scherp of controversieel geluid commercieel wordt afgesneden. Een volwassen advertentiemarkt zou dan ook volgens het rapport niet alleen moeten vragen of een maker veilig is, maar ook of hij transparant werkt, een reëel publiek heeft en duidelijke scheiding tussen inhoud en commercie hanteert. Soms slagen onafhankelijke nieuwsmakers dankzij donaties en memberships erin om hun aanbod te kunnen maken, waarmee ook scherpe posities mogelijk zijn die adverteerders mijden.
Maar het publiek wordt daarmee volgens de onderzoekers ook een financiële macht die druk kan uitoefenen op onderwerpkeuze en toon. Dat deze financiële macht ook bewust druk geeft bij makers,
Wel valt daarbij op dat mensen vertrouwen niet alleen een merk vertrouwen, maar vooral een persoon die zij vaker zien, horen, volgen en financieel steunen. De maker wordt een vertrouwd gezicht, soms bijna een vertegenwoordiger van de eigen ervaring
Mark Deuze
Professor Mark Deuze, hoogleraar mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam, noemt Buiten de Bubbel een behartenswaardig, belangrijk en waardevol onderzoek. Volgens hem is nog weinig onderzoek gedaan naar deze vormen van journalistiek en de makers die daarin actief zijn.
Online journalistiek vraagt volgens de hoogleraar om meer vaardigheden dan de klassieke journalistiek. Makers moeten niet alleen onderzoek doen en feiten controleren, maar ook video en sociale media beheersen, een community onderhouden en voortdurend deelnemen aan gesprekken met hun publiek.
Beroepsopleidingen zijn onvoldoende op die competenties afgestemd. Ook brancheorganisaties en de journalistenvakbond hebben volgens de hoogleraar mediastudies nog te weinig oog voor het belang en de positie van deze nieuwe journalistieke makers.
Veel zelfstandige makers zijn juridisch, financieel en persoonlijk kwetsbaar en missen de bescherming van een grote mediaorganisatie. Mark Deuze pleit daarom voor meer ondersteuning vanuit opleidingen, vakbonden en beroepsorganisaties. Die steun moet echter niet leiden tot een dichtgetimmerd systeem van oude regels en protocollen.
De uitdaging is te voorkomen dat groepen Nederlanders volledig langs elkaar heen leven in afzonderlijke informatiewerelden. Zowel traditionele journalisten als nieuwe makers kunnen een rol spelen bij het verbinden van die werelden.
Structurele verschuiving
Buiten de Bubbel laat zien dat het Nederlandse medialandschap groter is geworden dan Hilversum en de redactievloeren van traditionele uitgevers. Alternatieve media veranderen de manier waarop nieuws wordt gemaakt, verspreid, gefinancierd en geconsumeerd.
Volgens de initiatiefnemers moet de mediawereld deze ontwikkeling niet langer beschouwen als gerommel in de marge, maar als een structurele verschuiving.
Commissariaat voor de Media
Het Commissariaat voor de Media stelde onlangs dat zelfstandige online nieuwsmarkers (nieuwsfluencers) in Nederland nog maar beperkt in opkomst zouden zijn; bij de 18 tot 24 jarigen volgt 46 procent deze makers echter wel. Het onderzoek van Spreekbuis zet in feite vraagtekens bij de constatering van het Commissariaat en vraagt nader onderzoek.



