Bronnen laten Marketing Report off the record weten dat zij bij het faillissement opzet niet uitsluiten. De officiële lezing luidt anders en van onregelmatigheden is niets vastgesteld. Toch roepen de cijfers en de vastgoedconstructie de vraag op wie er beter en wie er slechter uit dit faillissement komt.

Faillissement en doorstart

De rechtbank in Amsterdam zette de surseance van KesselsKramer BV op 29 mei om in een faillissement, dat op 1 juni werd uitgesproken. Els Doornhein van De Vos en Partners Advocaten werd aangesteld als curator. Tegenover RTL Z wijt zij het faillissement aan een optelsom van oorzaken, met als belangrijkste dat onverwacht drie grote commerciële opdrachten wegvielen die nodig waren voor een gezonde voortzetting.

Eind juni volgde de doorstart. Volgens het eerste insolventieverslag nam investeerder Thijs Boon, oprichter van VICE Benelux, de intellectuele eigendomsrechten, het digitale archief, het klant- en relatiebestand, de goodwill en de inventaris over voor 60.000 euro. Van de 21 medewerkers gingen er 15 mee. De curator had hogere verwachtingen van de opbrengst en wijst erop dat de doorstartende partij nog met verschillende dwangcrediteuren te maken krijgt.

Winstgevend en toch failliet

De cijfers uit het verslag maken het faillissement opvallend. KesselsKramer draaide in 2025 een omzet van 3,9 miljoen euro met een winst van 382.792 euro. Ook 2024 was winstgevend, met 381.399 euro winst op 4,25 miljoen euro omzet. Alleen in 2023 stond een verlies van ruim een half miljoen euro op de boeken, bij 3,68 miljoen euro omzet.

Tegenover die resultaten staat de schuld die in de failliete BV achterblijft. In totaal is 962.935,95 euro aan vorderingen ingediend door 78 crediteuren. UWV en Belastingdienst staan nog niet in dat rijtje, maar zijn wel preferent.

De holding bleef buiten schot

Het faillissement raakte alleen de werkmaatschappij. KesselsKramer BV was een dochter van KK Holding BV, en die holding ging niet failliet. Via die holding waren vier eigenaren aan het bureau verbonden. Volgens het insolventieverslag hielden Matthijs de Jongh en Dave Bell elk 42,5 procent van de aandelen, en Gijs van den Berg en Rens de Jonge elk 5 procent. De Jongh en Van den Berg verkochten bij de doorstart hun aandelen.

De kerk staat buiten de boedel

Het jarenlange hoofdkantoor, de kerk De Voorzienigheid aan de Lauriergracht 37-39, staat te koop voor 4.650.000 euro kosten koper. Dat pand zit niet in de failliete boedel. Het is eigendom van enkele van de oud-eigenaren en staat daarmee los van het faillissement. De verkoop was volgens De Jongh al eerder besloten.

Het pand was wel aan de bank verpand. Een bank met een pandrecht kan zich bij een faillissement voldoen uit de opbrengst van het onderpand. Zo haalt Rabobank haar vordering van 404.850 euro rechtstreeks uit de verkoop van de kerk.

Zzp'ers staan achteraan

De rekening komt vooral bij de zelfstandigen terecht. Regisseurs, stemacteurs, componisten, modellen en musici die aan het werk bijdroegen, zien hun facturen waarschijnlijk onbetaald. Terwijl de bank via het onderpand en de vastgoedeigenaren via het pand buiten schot blijven, staan de crediteuren zonder zekerheid onderaan de rij.

Bronnen vermoeden opzet

Hier begint de vraag die Marketing Report off the record bereikte. Meerdere bronnen vermoeden dat het faillissement geen pure tegenslag was maar mogelijk een bewuste route. De redenering: de eigenaren hadden een winstgevend bureau in handen en hadden het kunnen redden maar kozen voor faillissement en doorstart, verlost van de schulden, terwijl het waardevolle vastgoed veilig buiten de boedel bleef.

Daarvan is niets bewezen. De betrokkenen verklaren het faillissement uit het wegvallen van drie opdrachten en De Jongh gaf eerder aan dat het bureau juist op koers lag. Vastgoed in een aparte entiteit is op zichzelf niet ongebruikelijk of onwettig. Twee feiten pleiten bovendien tegen de hardste lezing. De kerk was verpand, dus de opbrengst dient voor een groot deel de bankschuld en is geen vrij besteedbaar vermogen. En de doorstart is niet gedaan door de oude eigenaren maar door een externe partij. Wat overeind blijft, is de uitkomst: de oud-eigenaren houden een monumentaal kerkpand, de bank wordt voldaan en de zzp'ers blijven onbetaald achter.

Het onderzoek moet uitsluitsel geven

De plek waar opzet wel of niet blijkt, is het onderzoek van de curator. Bij elk faillissement onderzoekt de curator standaard of schuldeisers in de aanloop zijn benadeeld en of er grond is voor bestuurdersaansprakelijkheid. Dat onderzoek is wettelijk verankerd in de Faillissementswet. Het eerste insolventieverslag is inmiddels verschenen. De komende verslagen moeten duidelijk maken of de gang van zaken standhoudt of vragen blijft oproepen.