Er is een merkwaardig fenomeen gaande in boardrooms en MT’s waar hyperige AI lijkt te landen: hoe slimmer de tooling, hoe dommer het gesprek.
Niet inhoudelijk dom, iedereen gebruikt keurig de juiste termen, maar strategisch leeg. AI is inmiddels overal, behalve waar het ertoe doet: bij eigenaarschap.
Organisaties kopen vandaag geen technologie meer, ze kopen geruststelling. Een AI-platform belooft overzicht, versnelling, inzicht en het inkrimpen van het personeelsbestand. En toch ook vooral: het idee dat complexiteit kan worden uitbesteed. Want als het model het zegt, hoeft niemand het meer uit te leggen.
Dat is geen innovatie. Dat is delegatie van verantwoordelijkheid. En dat ligt al snel buiten de scope van die leuke, lieve AI-expert die in de middag even kwam uitleggen hoe mission critical de inzet van die handige tools is voor uw organisatie.
De ironie, de rode draad in mijn columns, is dat AI juist extreem gevoelig is voor alles wat organisaties traditioneel slecht op orde hebben. Denk aan rommelige data, vage definities, politieke KPI’s en onduidelijke besluitvorming.
Garbage in blijft garbage out, alleen nu verpakt in dashboards met gradient-kleuren en confidence scores achter de komma.
Zonder datakwaliteit wordt AI geen versneller, maar een vertragingsmechanisme. Teams wachten op inzichten die niet komen, managers vertrouwen aanbevelingen die ze niet begrijpen en beslissingen worden uitgesteld “tot het model is bijgewerkt”. Slimme tooling, tragere organisatie.
Governance wordt ondertussen gezien als bijzaak. Want AI is het gouden ei, AI is organisatiebrede innovatie, en innovatie moet vooral niet worden afgeremd door regels, afspraken of, erger nog, eigenaarschap. Het gevolg: niemand weet wie verantwoordelijk is voor uitkomsten, biases of fouten. Maar iedereen weet wél wie de licentie heeft ondertekend na die leuke, lieve AI-toolingtraining.
En dan is er nog het menselijk aspect.
AI wordt vaak gepositioneerd als vervanger van oordeel, terwijl het in werkelijkheid een vergrootglas is. Het vergroot onduidelijkheid, zwak leiderschap en strategische luiheid net zo hard mee. Organisaties die niet weten wat ze willen, krijgen van AI vooral heel veel suggesties. En precies nul richting.
Zo ontstaat de AI-illusie: de overtuiging dat intelligentie in de tooling zit, niet in de organisatie. Dat slimmere software automatisch leidt tot slimmere besluiten. In de praktijk zien we het omgekeerde: afhankelijkheid van leveranciers, consultants en modellen die niemand écht doorgrondt.
AI maakt organisaties niet dom. Organisaties doen dat zelf, door te denken dat technologie een vervanging is voor denken.
Misschien is dat wel de echte volwassenheidsstap: minder praten over wat AI kan, en meer over wat we zelf eindelijk eens moeten regelen. Datakwaliteit. Governance. Eigenaarschap.
Niet sexy. Wel noodzakelijk. En opvallend genoeg nog steeds zeldzaam in een wereld vol AI-experts die met een paar klikken uw organisatie even toekomstproof maken.
—
Patrick Petersen RDM MA MSc is AI- en digital marketing specialist gericht op businessautomatisering en ondernemer met zijn bureau AtMost(TV), auteur van meer dan twintig prijswinnende boeken over AI, marketing, online tech en maatschappelijke ontwikkelingen. Bovenal is hij docent en spreker. Meer info op www.patrickpetersen.nl.