Beginnersfoutjes van NPO-bestuursvoorzitter Jet de Ranitz?
Een NOS-journalist vraagt oprecht hoe Jet de Ranitz, bestuursvoorziter van de NPO denkt over de bedreigingen, intimidatie, (dreigend) geweld waar hij en zijn collega’s mee te maken hebben zodra sommige mensen tijdens zijn werk als hij op pad is, duidelijk wordt dat hij voor de NOS werkt. Een plopkap met het NOS-logo en NOS herkenbare auto’s worden liever niet gebruikt. Jet de Ranitz reageert hierop met vooral een ontwijkend antwoord. Ze wijst naar het initiatief PersVeilig waar door de politiek niet op bezuinigd wordt, maar toont geen enkele empathie of verdere interesse in hetgeen journalisten van de NPO – in dit geval NOS – meemaken. Alsof met het bestaan van PersVeilig (waar namens de NPO Joost Oranje als genremanager journalistiek lid is van het stichtingsbestuur) haar betrokkenheid verder ophoudt. Je zou van de bestuurlijk eindverantwoordelijke voor de hele NPO die aangeeft journalistiek als speerpunt te zien, een heel andere reactie verwachten.
Eén van begrip, empathie, maar ook één van interesse, het gesprek aangaand, staan voor alle journalisten die voor de NPO werken en kijken wat er beter kan. Of Persveilig nu wel of niet bestaat. Nu gaf Jet de Ranitz vooral een gevoel van onverschilligheid, wijzend naar een ander loket; ze uitte in ieder geval niet dat intimidatie en bedreigingen van journalisten van de NPO haar als topbestuurder raken en absoluut uit den boze horen te zijn, dat ze voor een veilige werkomgeving wil staan: binnen de NPO maar ook buiten voor NPO-ers. Jet de Ranitz gaf ook aan dat het gesprek bij die bijeenkomst daar niet over ging. Natuurlijk, officieel ging het gesprek daar niet over; die opmerking maakt het des te pijnlijker, want het is iets dat leeft.
Voor het eerst na bijna 6 maanden na haar aantreden op 17 december 2025 was NPO-bestuursvoorzitter Jet de Ranitz aanwezig bij een (semi-)openbaar omroepdebat van NVJ waar journalist/presentator Jeroen Wollaars haar en Lonneke van der Zee (algemeen directeur BNNVARA en sinds januari jl. voorzitter College van Omroepen) interviewde en omroepmedewerkers ook vragen konden stellen. Onderwerp waren de aankomende bezuinigingen per 2027 en de hervorming van het omroepbestel per 2029. Daar gebeurde dit. Zou het een bestuurdersbeginnersfout zijn?
Journalistiek
Binnen de bezuinigingen ziet de NPO-bestuursvoorzitter Jet de Ranitz journalistiek als ankerpunt, tegelijkertijd wil ze het liefst een hek om de journalistiek zetten, maar toen het erop aankwam of ze wilde garanderen dat daar niet op bezuinigd wordt, gaf ze aan dat andere kernpunten van de NPO er net zo toe doen vanuit een brede taakopdracht. Het maakte haar spagaat duidelijk. Overigens moet daarbij opgemerkt worden dat de NPO journalistiek alleen voor bepaalde programma’s zo ziet, gezien de creatieve wijze van boekhouden en categoriseren van programma’s bij de NPO.
Minachting voor BBC
Opvallend was haar houding over een unitaire publieke omroep. Ze haalde onmiddellijk de Britse publieke omroep BBC aan (en niet de VRT of pak hem beet het Zweedse SVT) en begon die met zowat minachting te beschrijven als een publieke omroep en stelsel die in haar optiek geen pluriformiteit kent en maar één geluid zou laten horen. Bijna dogmatisch gaf ze aan het belangrijk te vinden dat via het Nederlandse stelsel met externe omroeporganisaties pluriformiteit blijvend wordt ingevuld. Daar valt een en ander op af te dingen. De WRR wees op de risico’s; de praktijk wijst uit dat je de vraag kan stellen of het Nederlandse publieke bestel wel écht pluriform is en de vermeende achterbannen vertegenwoordigt.
In nagenoeg alle westerse landen is er een publieke omroep die vanuit interne pluriformiteit werkt, onafhankelijk en objectief alle stromingen aan bod dient te laten komen. Juist dàt heeft het Nederlandse stelsel niet. Daar gaat Jet de Ranitz volledig aan voorbij met haar opmerkingen over de BBC, even los dat je je kan afvragen of je met belastinggeld evangelisten moet financieren en in hoeverre de omroeporganisaties nu écht stromingen vertegenwoordigen en de maatschappij er anno 2026 zo uitziet en functioneert.
Omroephuizen utopie?
Tijdens het gesprek viel vooral op dat zowel Jet de Ranitz als Lonneke van der Zee de discussie over of Omroephuizen daadwerkelijk een verschil gaan maken of dat alles bij het oude bleef uiteindelijk, probeerden te ontwijken. Natuurlijk is er nog geen Omroephuizen-wetgeving (rond de zomer verwacht…), maar een stellingname kan natuurlijk wel. Het gegeven dat de VPRO met de Evangelische Omroep en HUMAN in één omroephuis komen en er met steun van minister Letschert (!) van uit kunnen gaan hun eigen identiteit te behouden, net zoals KRO-NCRV, MAX en WNL dat net zo denken, is veelzeggend. Nu al zijn er officieel samenwerkingsomroepen. Dat is de theorie.
In de praktijk zijn er 13 omroepmerken. Dat lijkt in de opzet zo te blijven. Alleen medewerkers komen in dienst van de Omroephuizen en de afdeling met het omroepmerk kan zomaar toegestaan blijven. Ergo het idee dat je een bestel vereenvoudigd, is mogelijk vooral een theorie. Dit werd in feite in de discussie weggeschoven alsof alleen de bestuurder van KRO-NCRV dat denkt. Het idee om contracten met omroepmedewerkers NPO-breed te laten gelden, werd ook snel terzijde geschoven door zowel Jet de Ranitz als Lonneke van der Zee.
NPO minder daadkrachtig?
Opvallend was dat Jet de Ranitz benadrukte vooral mét de omroepen (omroephuizen) tot beslissingen te willen komen en dat alles vooral in gezamenlijkheid dient te gebeuren. Dit is overigens een tendens die de NPO afgelopen jaar al inzette. En dat is niet altijd in het belang van de publieke omroepsector. Immers het betekent dat de losse omroepverenigingen hun eigen autonomie inroepen om zelf dingen te mogen doen en beslissen. Dit terwijl het gezamenlijke belang ondersneeuwt. Mooi voorbeeld is het beleid op het vlak van AI. Geen uniform beleid. Dat lijkt doorgetrokken te worden naar heel veel zaken die de NPO aangaan als hoeder en verdeler van geld van de landelijke publieke omroep.
Wat dreigt is een soort mini-NPO’tjes via de omroephuizen. Zeker als een soort lump-sum aan Omroephuizen zou worden doorgevoerd. Als de NPO niet de bevoegdheid houdt om de publieke taken zo goed mogelijk uit te voeren inclusief het bepalen aan de hand van heldere criteria hoe geld wordt verdeeld, wat op NPO Start en via andere media wordt gemaakt en lineair wordt geprogrammeerd, dreigt een teruggang naar oude tijden te herleven.
Kriteria bij bezuinigingen?
Ook de criteria en beleidslijnen waarop bezuinigingen per 2027 worden doorgevoerd – die nog steeds meer dan 111 miljoen euro bedragen – werden niet echt duidelijk. Natuurlijk is de NPO zelf niet verantwoordelijk voor de bezuinigingen an sich (dat is immers politiek Den Haag die daarbij geen richting gaf overigens).
Alles is met omroepverenigingen besproken en de omroepverenigingen moeten dat maar aan personeel uitleggen, daar kwam het op neer. Een financieel hek om journalistiek, maar ook belangen bij andere programmagenres spelen een rol. Hoe dan die bezuinigingen tot stand kwamen? Daar draaide Jet de Ranitz omheen. Officieel gaat de NPO er wel degelijk over, ook al wijst de NPO naar overleggen met de omroepverenigingen. Maar de discussie maakte pijnlijk duidelijk dat transparantie en heldere te volgen keuzes in deze tijden niet aan de NPO zijn besteed. Ze gaf soms ook aan dat sommige keuzes genomen zijn voor haar aantreden op 17 december 2025 en daar niet zelf bij was. Jeroen Wollaars wees haar erop dat ze ook verantwoordelijkheid draagt als opvolgend bestuurder over de periode daarvoor.
Impact op alle Nederlandse media
Een nog verder verzwakt gefragmenteerd publieke omroepstelsel kan doorwerken voor andere media en de positie en rol van Nederlandse media in algemene zin in negatieve zin beïnvloeden, met consequenties. Zowel als het gaat om het democratische landschap, maar ook in hoe je omgaat met media vanuit de hele maatschappij, zeker met de invloed van sociale media, big tech en AI.
Liever niet in direct contact met medewerkers?
Nadien vroeg Jeroen Wollaars of het nuttig kan zijn nog eens zo een bijeenkomst te houden over een tijdje als meer duidelijkheid is over de impact van bezuinigingen en de omroephuizen. Opvallend was de reactie van Jet de Ranitz. Ze wees naar de Ondernemingsraad, de centrale ondernemingsraad, de omroepbestuurders van omroepverenigingen. Oftewel: liever niet. Nadat Jeroen Wollaars aandrong, gaf ze toe er mogelijk open voor te staan. Het bijzondere hieraan is dat de hoogste omroepbestuurder van de NPO met andere woorden een indruk gaf eigenlijk liever afstand te houden van de medewerkers op de werkvloer waaronder journalisten. Horen wat er leeft, begrijpen wat het betekent als je baan op de toch staat mede dankzij haar beslissingen, input horen vanuit de makers, echt open lijkt ze daar niet in te staan. De deur is in die zin ogenschijnlijk dicht. Gemiste kans of een beginnersfout?
---
David de Jong is als journalist werkzaam bij onder meer Marketing Report.
Volg Marketing Report op LinkedIn
Volg Marketing Report op Instagram
Volg Marketing Report op Facebook
Abonneer je op onze gratis dagelijkse nieuwsbrief
Registreer jouw bureau gratis in de Marketing Report reclamebureau database The List
Lees ook:
Minister Letschert: Geen verruiming Ster-reclame bij NPO
Ster-omzet daalde in 2025 naar 189 miljoen
Ster: Geen Vlaamse reclameversies NPO1, 2 en 3
Tjibbe Joustra verlaat NPO Raad van Toezicht
Rianne Letschert is beoogd minister OCW met mediaportefeuille
Dit artikel is gepubliceerd door: David de Jong