Jelle Kolleman weg bij Mediamonks Films & Content

Jelle Kolleman weg bij Mediamonks Films & Content

03-06-2020 17:26:00 | Door: David de Jong | hits: 2316 | Tags:

Jelle Kolleman is per 1 juni vertrokken bij MediaMonks. Hij heeft samen met MediaMonks de labels Made for Digital en later, samen met Jacques Vereecken, The Boardroom opgezet, waar film- en videocontent voor de digitale wereld wordt geproduceerd. In 2019 werden deze labels ondergebracht bij MediaMonks Films & Content waar Kolleman de leiding van kreeg. In het najaar van 2019 werd S4Capital dankzij een fusie eigenaar van Mediamonks. Mediamonks Films & Content maakt onderdeel uit van MediaMonks Amsterdam, dat in de Amsterdamse Houthavens is gevestigd.

Jelle Kolleman: "Ik heb vier keer een bedrijf gestart, met wisselend succes. 25 jaar ben ik non-stop met ondernemen bezig geweest in de digitale reclamewereld. Mijn laatste klus binnen MediaMonks was het indelen en inrichten van de Mediamonks Amsterdam-vestiging, waar ook twee volledig ingerichte filmstudio’s zijn gebouwd, daar heb ik veel plezier aan beleefd. En toen dacht ik: wat kan ik nu gaan doen? Terug de business in? Maar nee, het is goed zo, ik heb een club opgezet en Vivian Opsteegh heeft daar nu de leiding over. In 2012 heb ik mezelf al een keer eerder ontslagen, bij Red Urban dat 5 jaar eerder aan DDB/Etcetera was verkocht. Toen was ik 10 jaar aan dat bedrijf verbonden en wilde ik andere dingen gaan doen. Daarna ben ik te snel verliefd geworden op het idee van iemand anders. Nu wil ik echt de tijd nemen voor mezelf. Als ondernemer kun je toch alleen echt ontspannen als je alle touwtjes hebt doorgeknipt, het laat je nooit los. Mijn vrouw, Marieke Kolleman, is mede-eigenaar van het te lanceren kinderbrillenmerk Junior & Junior. Die kan ik ondersteunen nu ik het een tijdje rustiger aan ga doen."

www.mediamonks.com

 

Meld je aan voor de Marketing Report nieuwsbrief

Volg Marketing Report op Twitter

Word lid van de Marketing Report Groep op LinkedIn

Vacatures in media- en marketingcommunicatie



.
.
.
.